Angelina Maréchal vertelt over: jezelf ontwikkelen.

“Het was druk maar ik kijk tevreden terug. Misschien zelfs wel blij.” Angelina (36) heeft net de verbindingsweek afgesloten. “Voor mijn opleiding Social Work moest ik een evenement organiseren dat de sociale kwaliteit van het leven van cliënten verbetert. Ik heb toen gekozen voor het thema Verbinding.” Niet zo gek natuurlijk bij een organisatie die dat thema hoog in het vaandel draagt. Bovendien werkt Angelina al 12 jaar bij SWZ. Groeide in die jaren door naar Persoonlijk Begeleider.

Maar zag na de geboorte van haar kind even geen perspectief meer. “Ik heb mijn eigen ontwikkeling altijd superbelangrijk gevonden. Maar ik zag even niet meer waar ik die moest zoeken. Mijn leidinggevende heeft mij toen enorm gestimuleerd. Zelf had zij de opleiding Social Work ooit gedaan. Dat was echt een goeie keus. Na de zomer begin ik aan mijn derde jaar. En ik merk dat ik er enorm door verander. Als mens en als begeleider. Voorheen was ik altijd zorgend bezig. Nu word ik uitgedaagd om veel meer na te denken over de keuzes die ik maak en over de situaties die ik in de begeleiding van cliënten ontmoet vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Vroeger nam ik eerder iets voor waarheid aan, nu vraag ik meer door en kijk ik naar onderliggende redenen. Door bijvoorbeeld motiverende gespreksvoering te gebruiken, kun je bewoners zelf laten nadenken over bepaalde zaken. Als ze dan de oplossing voor een probleem zelf hebben bedacht, is die ook meer gedragen. Dat vind dat verrijkend en verdiepend.”

“Dat SWZ mijn opleiding betaalt en een deel van mijn studietijd faciliteert vind ik echt tof. Nee, dat is niet vanzelfsprekend voor mij. Bij SWZ zijn er niet veel HBO-werkplekken. Dat ik dit toch mag doen, is een bewijs voor mij dat de organisatie echt naar mij en mijn ontwikkeling kijkt. Dat voelt heel goed. De kennis die ik opdoe, deel ik ook. Dat helpt hen bewuster te worden in hun werk.”

Maar hoe zat het nou met die verbindingsweek?! “Cliënten van de drie woonunits van deze locatie hebben onderling maar weinig contact. Dat is zo gegroeid. Die van A denken dat zij van C hen minder vinden. Dat soort beelden. Ik vind dat jammer, omdat ik denk dat cliënten erg veel aan elkaar kunnen hebben. Dat zien zij niet altijd. En ze komen er zelf vaak niet toe om elkaar op te zoeken. Daarom heb ik een week vol activiteiten georganiseerd. Alleen voor Unit C helaas, in verband met de Corona-maatregelen. Die week was ik voor de activiteiten boventallig aanwezig. Daar was ik erg blij mee. Zo kon ik het programma en het bijbehorende proces goed begeleiden. Veel van de activiteiten stonden in het teken van spel en gesprek. Dat laatste is nog niet zo gemakkelijk. Ik moest dat goed begeleiden.” Gesprekken waren het over wat verbinding voor hen betekent, wat zij waarderen, wat zij missen, en wat zij nodig hebben om onderling contact te verbeteren en te versterken. “Ik vond het ontzettend goed dat zij open en eerlijk waren naar elkaar. Dat was niet alleen moeilijk, hoor. We hebben ook plezier gehad. Zo zei één van de cliënten dat hij anderen zo slecht tegen kritiek vond kunnen. Terwijl hijzelf de grootste moeite met incasseren heeft. Dat was lachen natuurlijk. We hebben uiteindelijk samen een aantal waarden afgesproken. Ik had van tevoren niet gedacht dat we dit zouden kunnen bereiken.”