Monica

Relatiebeheerder Monica van der Meer opgeleid tot mediator

“Ik zit nu heel anders in mijn gesprekken”

“Kijk, dit is ‘m.” Relatiebeheerder Monica van der Meer houdt haar diploma voor de camera. “Maar ik heb nog twee assessmentdagen en een examen om formeel geregistreerd te kunnen worden als mediator. Dus het is nog niet helemaal klaar.” Samen met zorgcollega Bart van der Wetering doorliep ze de afgelopen maanden de opleiding. Vanaf nu kunnen beiden worden ingezet in situaties waarin mensen onenigheid hebben en niet tot elkaar kunnen komen. Medewerkers onderling bijvoorbeeld. Maar ook medewerkers die een conflict hebben met familie van cliënten.

Vaak struikelen mensen over dat woord ‘conflict’, zo blijkt. De term zou veel te zwaar zijn. “Dat dacht ikzelf eerst ook”, bekent Monica. “Maar dat klopt echt niet. Mensen hebben een conflict wanneer ze niet hetzelfde over een kwestie denken, en moeite hebben om hun verschillen van inzicht te overbruggen. Dat gebeurt heel vaak. En dat komt weer doordat veel mensen conflicten uit de weg gaan. Dan praat je er wel met andere collega’s over maar niet met degene om wie het gaat, omdat je denkt dat de relatie dan voorgoed bedorven is.”

En dat is erg jammer, denkt Monica. Want mensen verschillen nu eenmaal, net als hun overtuigingen. Waar het om gaat, leerde ze tijdens haar opleiding, is dat je die verschillen erkent. Dat je er niet bang voor bent maar erover praat. En dat doe je het beste door nieuwsgierig naar elkaar te zijn, je oordelen even opzij te schuiven en elkaar gewoon vragen te stellen. “Vaak denk je te weten waarom iemand iets doet of zegt. Terwijl je dat nooit hebt gevraagd. Bovendien ben je je vaak niet bewust waarom je je aan gedrag van een collega ergert. Vaak zit dat in jezelf.”

Neem deze situatie nou, oppert Monica: uit het dagelijkse werkleven gegrepen. Een collega trekt zich meermaals per dag terug om een sigaretje te roken. Daar erger je je kapot aan. Je vindt dat stom en niet collegiaal. Daar spreek je schande van tegenover collega’s. Als je het echt niet meer voor je kan houden, knal je los tegenover de roker. “Dat gaat natuurlijk niet goed. Dat had niet gehoeven als je gevraagd had waarom die collega dat doet. Misschien heeft die er wel een heel goede reden voor. En misschien had je zelf anders gereageerd op de roker als je jezelf de vraag had gesteld waarom je je er zo aan ergert. Misschien doe je dat wel omdat je vader pas aan een longziekte is overleden. Of omdat je zelf voor je gevoel overloopt van werk en je al die rookpauzes niet eerlijk vindt. Door elkaar te bevragen en jezelf de vraag te stellen ‘waarom vind ik dit eigenlijk’ snap je elkaar en jezelf beter. En drijf je niet zo uit elkaar zoals nu vaak nog gebeurt.”

Monica heeft veel aan de opleiding gehad. “Er is echt iets in beweging gebracht”, zegt ze. “Ik zit anders in mijn gesprekken. Ik heb ontdekt dat ik vaak mijn mening wilde opdringen aan een ander. Dan ga je overtuigen. Dat heeft helemaal geen zin. De ander doet precies hetzelfde. Dat roep je met je houding in de ander op. Terwijl het prima is dat je verschillende belangen hebt. Niemand is immers hetzelfde. Als je dat erkent, valt de druk er een beetje af en kun je veel gemakkelijk samen onderzoeken hoe je elkaar kunt bereiken en kom je tot heel creatieve oplossingen.” En dat kan iedereen, weet Monica. “Je moet alleen wel een beetje interesse in anderen hebben. Anders lukt het niet. Je bent natuurlijk je eigen gereedschap.”

Het zou mooi zijn als haar inzet niet snel nodig blijkt. Maar eigenlijk ook juist weer wel. “Ik heb die opleiding natuurlijk niet voor niets gedaan. Ik hoop dat ik als mediator echt iets voor de samenwerking bij SWZ kan betekenen. Laat maar komen.”

Verleg de grenzen bij SWZ.