Marian

“Dennis was mijn man en mijn maatje. We leerden elkaar kennen in 2008, via gezamenlijke vrienden, in Zwitserland, tijdens het EK-wedstrijd Rusland-Nederland. In 2017 overleed hij, aan het begin van de zomer. Hij was even gaan liggen omdat hij zich niet goed voelde. Nu gebeurde dat wel vaker. Hij was veel ziek. Dat kwam doordat hij ooit kanker had en veel bestralingen in het borstgebied kreeg. Die tastten zijn hart aan. Maar dit was anders. Ik weet nog goed, dat ik die dag thuis kwam met de kinderen en dacht: dit is echt niet goed. Je voelt dat aan. Ik was hier in mijn hoofd al 3 jaar mee bezig. Dat realiseerde ik mij achteraf pas. Altijd die spanning als ik op het werk was: als er maar niets gebeurt met Dennis wanneer hij alleen met de kinderen is. Meteen gealarmeerd als er iemand onverwacht belde.”

“Dat hij niet oud zou worden, wisten we allebei. Maar 42 jaar… dat had ik toch niet verwacht. We hadden zijn dood praktisch voorbereid vanuit de gedachte: wat nu als ik er alleen voor kom te staan?! Maar emotioneel overvalt het je uiteindelijk toch. Daar kun je je niet op voorbereiden. Toen Dennis overleed, was het bijna zomervakantie. Ik was inmiddels projectleider en wilde per se de boel netjes achterlaten. Dus ik heb toen nog één dag gewerkt. Na de zomervakantie was ik weer terug.  Ik was er erg aan toe om weer te starten, kinderen naar school, ik had gewoon behoefte aan een beetje regelmaat. En ik wilde het ‘er’ niet de hele tijd over hebben.”

“Mijn functie als projectleider liep eind van dat jaar af… wat moest ik dan gaan doen?  Het heeft me toen ontzettend geholpen dat mijn werkgever zei: voor jou hebben we altijd werk Marian, omdat je aandacht hebt voor cliënten en collega’s. Dat maakt jou waardevol. Die toezegging was zo fijn op dat moment! Dat gold ook voor de ruimte die ik kreeg om mijn eigen balans te bewaken. Op een gegeven moment was 4 dagen werk teveel voor mezelf en mijn kinderen. Ik wilde toen een beetje ouderschapsverlof opnemen. Dat was geen probleem. Ik mocht het zo organiseren als het mij het beste paste.”

“Dat ik mezelf met het verlies van Dennis een beetje voor mijn werkomgeving afsloot, brak me later op. Ik had rouwtherapie nodig. Deze kosten werden niet vergoed en waren erg hoog. Ik kreeg toen het advies om het gesprek met mijn werkgever aan te gaan. Dat had ik uitgebreid voorbereid. Vreselijk vond ik het om te vragen of we misschien de kosten konden delen. Want het verwerken van mijn verlies had ook invloed op mijn werk. Maar al die zorgen bleken helemaal niet nodig. Ik kreeg die therapie gewoon. Dat vond ik heel bijzonder. En heel erg fijn, omdat daar vertrouwen uit sprak. Sowieso voelde ik veel betrokkenheid in mijn omgeving. Niet alleen van het management, ook van veel collega’s. Dat maakt het zo fijn om hier te werken.”

“Vroeger was werk mijn alles. Nu is dat minder. Ja, dat komt ongetwijfeld door wat ik heb meegemaakt. Maar ik vind werk nog steeds wel belangrijk. Ik wil passie en voldoening voelen. En ik wil het gevoel hebben dat we het samen doen. Daarom beweeg ik mee als het werk erom vraagt. Ja, dat komt ook door hoe SWZ er altijd voor mij als werknemer is geweest.”

 

 

Verleg de grenzen bij SWZ.