Wendy Tegelaers (48), begeleider bij SWZ over:

Verliezen en winnen

“Sinds 2017 ben ik bij SWZ. Daarvoor werkte ik in de kinderopvang en het onderwijs. Geloof me: de overstap naar SWZ is de beste keus die ik had kunnen maken. Maar als ik geweten had wat het bij mij zou oprakelen, had ik het niet aangedurfd. Soms denk ik: het heeft gewoon zo moeten zijn.”

“Twaalf jaar geleden is het nu dat Jens overleed. Hij was nog geen jaar. Mijn omgeving zei: ach, door je werk zie je dingen die er niet zijn. Maar ik wist dat er iets met hem aan de hand was. Dat bleek uiteindelijk ook het geval. Hij had een stofwisselingsziekte en epilepsie. Aan de gevolgen van een longontsteking is hij overleden. In het ziekenhuis in Eindhoven, waar we bij waren. Daarvoor was ik maandenlang bij hem geweest, in een klein kamertje van het Ronald McDonaldshuis, afgesloten van de buitenwereld. Na het afscheid wilde ik snel weer aan het werk. Ik wilde weer ademen. En eigenlijk helemaal niet praten over wat ik had meegemaakt. Ik wilde niet zielig zijn, dat ben ik niet. Wilde niet Wendy van het dode kind worden. Dus ontweek ik vragen over kinderen. Mensen hield ik op afstand. Ze zeiden achteraf tegen me: we kwamen er gewoon niet doorheen.”

“Toen ik ongeveer een jaar bij SWZ werkte, ging het mis. Ik durfde niet meer naar huis wanneer een cliënt ziek was of last had van epilepsie, bang dat ie dood ging. Ik kon het niet loslaten. Dan belde ik Hans en zei: je ziet me morgen wel weer. Hij moest me dan dwingen om toch naar huis te komen. Bovendien keek ik naar het werk van collega’s door de ogen van een overbezorgde moeder. Ik zag wat ze deden en vond daar van alles van. Ik denk – achteraf – omdat we destijds even bezig zijn geweest met de overplaatsing van onze zoon naar SWZ. Hij had hier kunnen wonen als het anders was gelopen. Ik dacht: dit is niet goed, ik reageer onprofessioneel. En hier kom ik niet zelf uit.”

“Toen heb ik de hulp ingeroepen van een verliescoach. Dat hielp goed. Zij bracht me op het idee om met SWZ te praten over een bijdrage. Dat was niet zo gek, omdat mijn klachten werk-gerelateerd waren. Maar ik vond dat wel ontzettend lastig om te vragen. Dat bleek helemaal niet nodig. De HR-adviseur zei vrijwel meteen: dan betalen wij de helft mee. Daar was ik echt door geraakt. Zomaar meebetalen terwijl ik er eigenlijk nog maar kort werkte. En ze hoefde helemaal niet te weten waarvoor ik die hulp precies nodig had. Het was voldoende te weten dat het voor mij belangrijk was. Ik vond het echt geweldig,. Dat klinkt misschien gek, maar door dat gebaar voelde ik me ertoe doen, dat het SWZ wat waard was om me te behouden. Als ik erover in discussie had moeten gaan, was ik afgehaakt. En ik weet niet hoe het dan was gelopen.”

“Het gaat nu goed met me. Ik heb het meest fantastische werk van de hele wereld. Gemakkelijk vind ik het nog steeds niet om over Jens te praten. En ik vind het best spannend om het allemaal te vertellen. Veel collega’s weten van niets. Toch werk ik aan dit verhaal mee, omdat het er de tijd voor is. En omdat ik dankbaar ben wat SWZ voor mij heeft betekend. Mede daardoor durf ik nu te zeggen, en dat heb ik echt heel lang niet gekund: ik heb een vriend, een hond, een leenpuber, en we hebben een zoon die helaas maar 8 maanden oud heeft mogen worden.”